Ga direct naar de hoofdinhoud

NT Richteren 18:1-2.

Want er is één God. Er is ook één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus. Hij heeft Zich gegeven als een losprijs voor allen

1 Timotheüs 2:5-6 

Richteren 18:1-2.

Statenvertaling

1 In die dagen was er geen koning in Israël; en in dezelve dagen zocht de stam der Danieten voor zich een erfenis om te wonen; want hun was tot op dien dag onder de stammen van Israël niet genoegzaam ter erfenis toegevallen. 2 Zo zonden de kinderen van Dan uit hun geslacht vijf mannen uit hun einden, mannen, die strijdbaar waren, van Zora en van Esthaol, om het land te verspieden, en dat te doorzoeken; en zij zeiden tot hen: Gaat, doorzoekt het land. En zij kwamen aan het gebergte van Efraïm, tot aan het huis van Micha, en vernachtten aldaar.

Nieuwe Bijbelvertaling de NBV

Er was in die tijd geen koning in Israël. De stam Dan was nog steeds opzoek naar een gebied om zich blijvend te vestigen, want het was de enige stam van Israël waaraan nog geen grondgebied was toegevallen. 2 Van uit hun verblijfplaats tussen Sora en Estaol hadden ze vijf van hun dapperste mannen erop uitgestuurd met de opdracht het land grondig te verkennen. Onderweg kwamen ze door het bergland van Efraïm, waar ze bij het huis van Micha overnachten. 


Dit is een vervolg op mijn studie van:

Richt. 18:1. b | AJB52

https://www.ajb52.nl/richt-18-1-b

De stam Dan zoekt ruimte om te wonen en te werken binnen de landsgrenzen van Israël, maar dat lukt niet, hoewel hen voldoende land was toegekend. Wat is hier het probleem?


Vijf mannen zijn opzoek naar levensruimte voor de stam Dan. Daarmee zijn zij ongehoorzaam aan het woord van God want de Heere had hen een leefgebied toe gewezen. Maar om dat zij ongelovig waren en daardoor ongehoorzaam aan  Gods opdracht  waren zij niet instaat om het hen beloofde landsdeel in bezit te nemen. Daarbij kan ook het ontbreken van de hulp die zij zouden moeten ontvangen van de andere stammen in Israël en rol hebben gespeelt bij hun mislukking toen zij probeerde het aan hun toegewezen deel van het beloofde land te bezetten. Nu Godsopdracht niet wordt uitgevoerd gaan zij op eigen houtje het probleem oplossen buiten Godswil om.  Zij handelen nu niet meer op basis van Gods woord maar naar eigen inzicht.

Zo kan het ook gaan in ons persoonlijk leven en of in het kerkelijk leven. Het lukt ons dan niet van wegen ongeloof en ongehoorzaamheid de wil van de Heere uit te voeren en dus gaan wij tewerk volgens ons eigen plan. Maar dat betekend dan wel dat we de weg van geloofsgehoorzaamheid hebben verlaten. Onze motieven kunnen dan nog steeds wel godsdienstig zijn maar dan zijn we toch Gods weg kwijt. Dat is dus de les die ik en misschien u ook zouden kunnen leren van deze geschiedenis. 

Vijf verspieders worden uitgekozen en aangewezen om een andere plek te zoeken waar het hun wel zal lukken om ook zonder Gods hulp zich levensruimte te verschaffen. En zo gezegd zo gedaan. Die vijf trekken het land door en komen zo ook terecht in het bergland van Efraïm bij Micha die wij al kennen van de voorgeschiedenis zoals die op deze site ook besproken is. 

In feite treffen zij in Micha maar ook in de bij hem inwonende leviet (die zichzelf op verzoek van Micha uitgeeft als of hij een echte priester van God zou zijn zijn) bondgenoten. Het gaat om godsdienstige mensen die  buiten de aanwijzingen van de Heere om, Hem wille dienen op een manier die zij zelf  bepaald hebben. Zij dienen God. Maar niet op Gods weg. Nee zij kiezen een eigen route. De vraag is; hoe doen wij dat? Waar zijn wij als godsdienstige mensen mee bezig? Ik bedoel niet dat wij elkaar nu uitgebreid moeten gaan beoordelen, Nee, laten we dat maar niet doen. Maar ik stel voor dat wij ieder persoonlijk aan de Heere vragen of we zo goed bezig zijn. Of dit de weg is waar op Hij ons geplaatst heeft. Anders lopen wij het risico zoals beschreven is in: 

Mattheüs 7:21-23.

HSV - Website

21 Niet ieder die tegen Mij zegt: Heere, Heere, zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar wie de wil doet van Mijn Vader, Die in de hemelen is. 22 Velen zullen op die dag tegen Mij zeggen: Heere, Heere, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam demonen uitgedreven, en in Uw Naam veel krachten gedaan? 23 Dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; ga weg van Mij, u die de wetteloosheid werkt!