Ga direct naar de hoofdinhoud

Richt. 17:1-6. 5

Want er is één God. Er is ook één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus. Hij heeft Zich gegeven als een losprijs voor allen.

1 Timotheüs 2:5-6 HSV

Richteren 17:1-6  met het onderwijs van Matthew Henry en mijn reactie vanuit twee Bijbelvertalingen, te weten de Statenvertaling en de Nieuwe Bijbelvertaling. 

De moeder van Micha bleek toch niet zoveel geld over te hebben voor haar godsdienst als het bedrag dat zij in eerste instantie bestemd had voor het laten maken van een godenbeeld. Volgens MH zou de HEERE daar zeker geen genoegen mee genomen hebben als dit beperkte bedrag voor de ware Godsdienst bestemd zou zijn. Eerst belooft zij elfhonderd zilverlingen voor haar afgod te bestemmen, maar uiteindelijk blijft haar vrijgevigheid steken bij tweehonderd zilverlingen. Hoe zou onze Hemelse Vader erop reageren als wij eerst elfhonderd zilverlingen voor Zijn dienst bestemmen om tenslotte maar met tweehonderd zilverlingen over de brug te komen? MH verwijst naar de geschiedenis van Ananias en Saffira.

(Handelingen 5:1-11) 

https://herzienestatenvertaling.nl/teksten/handelingen/5 

En een zekere man, van wie de naam Ananias was, verkocht samen met zijn vrouw Saffira een eigendom, en hield een deel van de opbrengst achter, ook met medeweten van zijn vrouw, en hij bracht een bepaald gedeelte en legde dat aan de voeten van de apostelen. En Petrus zei: Ananias, waarom heeft de satan uw hart vervuld, zodat u gelogen hebt tegen de Heilige Geest en een deel achtergehouden hebt van de opbrengst van het stuk grond? Als het onverkocht gebleven was, bleef het dan niet van u, en toen het verkocht was, bleef de opbrengst dan niet tot uw beschikking? Waarom toch hebt u deze daad in uw hart voorgenomen? U hebt niet tegen mensen gelogen, maar tegen God. Toen Ananias deze woorden hoorde, viel hij neer en gaf de geest. En er ontstond grote vrees bij allen die dit hoorden. En de jonge mannen stonden op, legden hem af, droegen hem naar buiten en begroeven hemEn het gebeurde na verloop van ongeveer drie uur dat ook zijn vrouw daar binnenkwam, zonder te weten wat er gebeurd was. En Petrus antwoordde haar: Zeg mij, hebt u beiden het land voor zoveel verkocht? En zij zei: Ja, voor zoveel. Petrus zei tegen haar: Waarom toch hebt u met elkaar afgesproken de Geest van de Heere te verzoeken? Zie, de voeten van hen die uw man begraven hebben, zijn voor de deur en zullen u ook uitdragen. 10 En zij viel onmiddellijk voor zijn voeten neer en gaf de geest. En toen de jongemannen binnengekomen waren, troffen zij haar dood aan, en zij droegen haar naar buiten en begroeven haar bij haar man. 11 En er kwam grote vrees over heel de gemeente en over allen die dit hoorden.

MH wil ons laten zien hoe negatief de handelswijze was van Micha en zijn moeder. Micha dacht dat hij nu beschikte over een eigen tempel. zo had hij de tabernakel in silo niet meer nodig. 


https://www.debijbel.nl/wereld-van-de-bijbel/kennis-achtergronden/godsdienst-van-israel/tabernakel 

[De tabernakel in Silo was een verplaatsbare tempel-tent die gemaakt en gebruikt is tijdens de woestijnreis van het volk Israël onderweg van Egypte naar het beloofde land.

De tabernakel wordt ook wel de ‘ontmoetingstent’, ‘tent der samenkomst’ of ‘heilige tent’ genoemd. Het is een van de belangrijkste zaken in het Oude Testament: naar geen enkele andere zaak wordt zo vaak verwezen.
De tabernakel is als voorloper van de tempel de centrale plek van de religie. Het is de plek waar de ark van het verbond bewaard wordt. Daarom is de tabernakel het symbool van de aanwezigheid van God.


Het gebeurt wel meer dat mensen de godsdienst aanpassen om er iets anders van te maken dan dat Gods bedoeling was. Maar als wij God willen dienen, zullen we dat moeten doen door middel van de aanwijzingen die God zelf aan ons bekendmaakt of aan ons bekend gemaakt heeft.

Als voorbeeld: (1 Koningen 12:25-31)

https://herzienestatenvertaling.nl/teksten/1%20koningen/12 

25 Jerobeam bouwde Sichem uit, in het bergland van Efraïm, en ging daar wonen. Naderhand vertrok hij vandaar en bouwde Penuel. 26 En Jerobeam zei in zijn hart: Nu zal het koninkrijk weer aan het huis van David komen. 27 Als dit volk optrekt om offers te brengen in het huis van de HEERE in Jeruzalem, zal het hart van dit volk terugkeren naar hun heer, naar Rehabeam, de koning van Juda. Dan zullen zij mij doden en terugkeren naar Rehabeam, de koning van Juda. 28 Daarom pleegde de koning overleg en maakte twee gouden kalveren. Hij zei tegen het volk: Het is te veel voor u om op te trekken naar Jeruzalem. Zie uw goden, Israël, die u uit het land Egypte hebben doen optrekken. 29 En hij plaatste het ene in Bethel, en het andere zette hij in Dan. 30 Dit werd aanleiding tot zonde, want het volk liep vóór het ene uit, tot aan Dan toe. 31 Hij maakte ook een godshuis op de offerhoogten en hij stelde priesters aan uit alle geledingen van het volk, die niet tot de nakomelingen van Levi behoorden.