Ga direct naar de hoofdinhoud

Richt. 18:1.

Want er is één God. Er is ook één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus. Hij heeft Zich gegeven als een losprijs voor allen

1 Timotheüs 2:5-6 

Richteren 18:1.

HSV In die dagen was er geen koning in Israël. En in die dagen zocht de stam van de Danieten voor zich een erfelijk bezit om in te wonen, want tot op die dag was hun onder de stammen van Israël niet voldoende erfelijk bezit toegevallen.

Rechters 18:1.

NBV Er was in die tijd geen koningin in Israël. De stam Dan was nog steeds op zoek naar een gebied om zich blijvend te vestigen, want het was de enige stam van Israël waaraan nog geen grondgebied was toegevallen.

´Nu breekt mijn klomp’! Kent u die uitdrukking nog? Ouderen onder ons weten wat ik daarmee bedoel. U kunt zich dat misschien wel voorstellen. Vroeger liepen de meeste mensen op klompen. Leren schoenen waren voor veel mensen niet te betalen. En schoenen van kunststof bestonden nog niet. Klompen waren houten instappers gemaakt door een klompenmaker.

https://www.youtube.com/watch?v=x7QV_7otHFY

Deze klompen, die best wel lang meegingen, konden als ze oud waren geworden onverwacht scheuren of breken. En dan kon je er niet verder mee lopen. Je moest dan verder op kousenvoeten. Dat is toch geen leuke ervaring. Zoiets gebeurde altijd onverwachts. Stel je wandelt met iemand over straat en bent met elkaar in gesprek en plotseling breekt je klomp. De betekenis van deze uitdrukking is dat je onverwachts iets overkomt of iets ziet dan wel hoort, wat je niet had verwacht, waar je niet op had gerekend. Je bent verbaasd, verbouwereerd en weet niet wat je ervan zeggen moet.   

Zoiets overkomt mij bij het lezen van Richteren 18:1. Al enkele jaren is Israël het beloofde land binnengegaan en elke stam heeft binnen de grenzen van dat beloofde land een gebied toegewezen gekregen waar men zich kon vestigen. Alleen bij de stam Dan is dat niet gebeurd. Dat vind ik vreemd. Was het niet zo dat de Heere aan elke stam een leefgebied heeft toegewezen door middel van loting? Dat staat mij bij. Zou de stam Dan daarbij zijn overgeslagen door de Heere? Dat kan ik mij niet voorstellen. Daarbij meen ik ook te weten dat niet het hele beloofde land is vrijgekomen voor Israël, omdat zij verzuimde om alle tegenstanders van God die nog in Kanaän woonden te verdrijven. Dat leverde mogelijk ruimtegebrek op.    

U begrijpt dat ik dit wel wil uitzoeken. Ongetwijfeld zullen er mensen zijn die de antwoorden op mijn vragen zo uit hun mouw schudden. Als er iemand mee leest die deze antwoorden op mijn vragen kan beantwoorden, dan nodig ik haar of hem uit om contact met mij op te nemen.      

Ik zocht het antwoord op mijn vraag via:

https://statenvertaling.nl/tekst.php?bb=7&hf=18&ind=1#startg

Jozua 19:47

HSV Maar het gebied van de nakomelingen van Dan was voor hen te klein uitgevallen. Daarom trokken de nakomelingen van Dan op en streden tegen Lesem, namen het in en sloegen het met de scherpte van het zwaard, namen het in bezit en gingen er wonen. En ze noemde Lesem Dan.

In vers 46 wordt beschreven wat het oorspronkelijke gebied was dat door het lot aan hen werd toegewezen en wat bleek te klein te zijn voor deze stam. Maar waarom was het te klein? Heeft God dan niet goed voor zijn volk gezorgd en dan afgescheept met een restant waar voor hen te weinig ruimte was?

Gevonden via de Studiebijbel van het CvB.

Richters 1:34.

HSV En de Amorieten drongen de Danieten het bergland in, want zij lieten hun niet toe afte dalen naar het dal.

Het toegewezen gebied was voor hen te klein, omdat ze slechts een klein deel van het hen toegewezen deel konden annexeren. Er waren immers oorspronkelijke bewoners die zij, in opdracht van God, moesten vernietigen. Maar het lukten hen niet om deze opdracht met succes uit te voeren. Waarom waren zij niet in staat om deze oorspronkelijke bewoners te overmeesteren? Het complete antwoord op die vraag heb ik nog niet gevonden. Wat ik wel weet, is dat heel Israël, dat zijn dus de twaalf stammen voortgekomen uit de twaalf zonen van Jacob, de opdracht had om gezamenlijk te strijden en zo het hele beloofde land in bezit te nemen. Hier stond de stam Dan er echter alleen voor. Uit niets blijkt dat de andere stammen die daar in de buurt waren met hen mee hebben gestreden.

Dat kan een oorzaak zijn waardoor zij het hun toegewezen gebied niet konden veroveren. Maar er is nog een andere mogelijkheid. De Heere had hen beloofd dat Hij aan de stammen van Israël de overwinning zou geven, maar aan deze belofte was ook een voorwaarde gekoppeld, namelijk dat zij zich moesten houden aan de wet van God. De beloofde overwinning was gekoppeld aan geloofsgehoorzaamheid. Het gebrek aan geloof en gehoorzaamheid zou dus ook de oorzaak kunnen zijn waar door zij het hun toegewezen gebied niet konden annexeren. Omdat het hen niet lukte het beloofde gebied in bezit te nemen, zochten ze naar een andere locatie die zij wel konden veroveren. Zo kwamen zij, net buiten het beloofde land, in Lesem terecht. Zo handelde de stam Dan buiten Gods plan om.

Tot later.