Richteren
Want er is één God. Er is ook één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus. Hij heeft Zich gegeven als een losprijs voor allen
1 Timotheüs 2:5-6
Richteren 17:9-13.
SV 9 Zo zeide Micha tot hem: Van waar komt gij? En hij zeide tot hem: Ik ben een Leviet, van Bethlehem-Juda, en ik wandel, om te verkeren, waar ik gelegenheid zal vinden.
NBV 9 Waar komt u vandaan? vroeg Micha, en de leviet antwoordde: 'Ik ben een Leviet. Ik heb een tijdlang in Betlehem in Juda gewoond en nu zoek ik elders onderdak.'
SV 10 Toen zeide Micha tot hem: Blijf bij mij, en wees mij tot een vader en tot een priester; en ik zal u jaarlijks geven tien zilverlingen, en orde van klederen, en uw leeftocht; alzo ging de Leviet met hem.
NBV 10 Toen zij Micha: 'Kom dan bij mij wonen. Als u mijn raadgever en priester wilt worden, zal ik u tien sjekel zilver per jaar betalen en u van kleding en levensmiddelen voorzien.' Na enige aarzeling
SV 11 En de Leviet bewilligde bij dien man te blijven; en de jongeling was hem als een van zijn zonen.
HSV 11 besloot de leviet bij Micha te blijven. Micha behandelde hem als een eigen zoon
SV 12 En Micha vulde de hand van den Leviet, dat hij hem tot een priester werd; alzo was hij in het huis van Micha.
NBV 12 en stelde hem als priester aan. Zo kam de leviet bij Micha in huis terecht.
SV 13 Toen zeide Micha: Nu weet ik, dat de HEERE mij weldoen zal, omdat ik dezen Leviet tot een priester heb.
NBV 13 Micha dacht bij zichzelf: nu ik een Leviet als priester in dienst heb, ben ik er van verzekerd dat ik van de Heer niets dan goeds te verwachten heb.
Vers 13 is het toppunt van heidendom. Het laat zien dat Micha, hoewel hij een inwoner is van het land Israël, toch volkomen denkt als een heiden. Hoe denkt een heiden.
[Even voor alle duidelijkheid: wat is een heiden? Een heiden is iemand die niet behoort tot het volk van Israël. U leest dus de tekst van een heiden. of misschien toch ook niet. Want alle gelovigen hebben deel gekregen aan het burgerrecht van Israël, volgens:
Efeze 2:11-19
11 Bedenk daarom dat u die voorheen heidenen was in het vlees en die onbesnedene 2:11 genoemd werd door hen die genoemd worden besnijdenis in het vlees, die met de hand gebeurt, 12 dat u in die tijd zonder Christus was, vervreemd van het burgerschap van Israël en vreemdelingen wat betreft de verbonden van de belofte. U had geen hoop en was zonder God in de wereld. 13 Maar nu, in Christus Jezus, bent u, die voorheen veraf was, door het bloed van Christus dichtbij gekomen. 14 Want Hij is onze vrede, die beiden één gemaakt heeft. En door de tussenmuur, die scheiding maakte, af te breken, 15 heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees tenietgedaan, namelijk de wet van de geboden, die uit bepalingen bestond, opdat Hij die twee in Zichzelf tot één nieuwe mens zou scheppen en zo vrede zou maken, 16 en opdat Hij die beiden in één lichaam met God zou verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft. 17 En bij Zijn komst heeft Hij door het Evangelie vrede verkondigd aan u die veraf was, en aan hen die dichtbij waren. 18 Want door Hem hebben wij beiden door één Geest de toegang tot de Vader. 19 Zo bent u dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God,]
Mijn vraag was: hoe denkt een heiden? Een heiden draait alles om. Wij zijn door God geschapen, maar een heiden schept zelf zijn God. Wij zijn naar het beeld van God geschapen, maar een heiden maakt zelf een beeld van God. Wij zijn geschapen tot eer van God om Hem te dienen. Maar een heiden probeert God voor zijn karretje te spannen. Het kan zijn dat iemand zeer godsdienstig is, met als doel daar profijt van te hebben. Daarom zegt Micha: "nu ik een Leviet als priester in dienst heb, ben ik er van verzekerd dat ik van de Heer niets dan goeds te verwachten heb." Dat kan dus ook binnen het christendom gebeuren. Soms verwijten mensen God allerlei onheil dat over de wereld komt. Het lijkt wel alsof wij vinden dat het Gods plicht is om goed voor ons te zorgen. Velen zeggen dat zij niet in God geloven, omdat als er een God zou zijn, er niet zoveel onrecht zou zijn in de wereld. Hebben wij recht op Gods zegen, hulp en bijstand of heeft God recht op ons? Dus ik eindig met een vraag: hoe zit het nou: is God er voor ons of zijn wij er voor God?
tot later.