Ga direct naar de hoofdinhoud

Richt. 17:1-6. (1)

Want er is één God. Er is ook één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus. Hij heeft Zich gegeven als een losprijs voor allen.

1 Timotheüs 2:5-6 HSV

SV [1] En er was een man van het gebergte van Efraïm, wiens naam was Micha.

NBV In het bergland van Efraïm leefde een man die Micha heette. 

SV [2] Die zeide tot zijn moeder: Die duizend en honderd zilverlingen die u ontnomen zijn, om de welke gij gevloekt hebt en ook voor mijn oren gesproken hebt, zie dat geld is bij mij, ik heb het genomen. Toen zijde zijn moeder: Gezegend zij mijn zoon de HEERE.

NBV Op zekere dag zei hij tegen zijn moeder: 'Laats is er toch elfhonderd sjekel zilver van u gestolen? U hebt toen in mijn bijzijn een vloek uitgesproken. Dat geld heb ik, ik heb het gestolen.' 'moge de HEER je zegenen, mijn zoon,' antwoordde zijn moeder 

SV [3] Alzo gaf hij Zijn moeder de duizend en honderd zilverlingen weder. Doch zijn moeder zeide: Ik heb het geld ganselijk de HEERE geheiligd, van mijn hand, voor mijn zoon, om een gesneden beeld en een gegoten beeld te maken; zo zal ik het u nu wedergeven.

NBV Hij gaf de elfhonderd sjekel zilver aan haar terug, maar zij zei: 'Terwille van mijn zoon weid ik mijn zilver aan de HEER om er een beeld van te laten beslaan. Hier heb je het geld terug. 

SV [4] Maar Hij gaf het geld aan zijn moeder weder en zijn moeder nam tweehonderd zilverlingen en gaf ze den goudsmid. Die maakte daarvan een gesneden beelden een gegoten beeld; dat was in het huis van Micha.

NBV Maar hij gaf het weer aan zijn moeder en zij bracht tweehonderd sjekel naar de zilversmid, die er een houtenbeeld mee besloeg dat in Micha's kwam te staan. 

SV [5] En de man Micha had een Godshuis; en hij maakte een efod en terafim en vulde de hand van een van zijn zonen, dat hij hem tot een priester ware.

NBV Micha had namelijk voor zichzelf een heiligdom ingericht. Hij had een priesterkleed en verschillende godenbeeldjes laten maken en een van zijn zonen als priester aangesteld. 

SV [6] In die dagen was er geen koning in Israël; een iegelijk deed wat recht was in zijn ogen.  

NBV In die tijd was er geen koningin in Israël; ieder deed wat goed was in zijn eigen ogen.

Matthew Henry zegt met mijn woorden: 

Hier zijn wij getuige van een ruzie tussen Micha en zijn moeder. Deze ruzie is ontstaan doordat Micha het spaargeld van zijn moeder heeft gestolen. Volgens MH zou het zo kunnen zijn dat de oude moeder van Micha een flink geldbedrag had weten over te houden door te sparen en zo weinig mogelijk uit te geven. Het gaat om een bedrag van elfhonderd sjekel of zilverlingen. Ik heb geen idee hoe groot dit bedrag zou zijn in onze huidige tijd. Mogelijk was het haar bedoeling geweest om dit hele bedrag na haar dood door haar zoon te laten erven. MH Gaat ervan uit dat de moeder van Micha ervan genoot als zij zo nu en dan haar schat kon zien en haar munten kon tellen.

Micha had al een gezin met volwassen kinderen, want een van zijn zonen vond hij oud genoeg om hem tot priester te benoemen.

Nadat Micha had ontdekt waar zijn moeder haar spaargeld had verborgen, denkt hij dat hij dit geld beter kan gebruiken dan zijn moeder en hij kan het geduld niet opbrengen om te wachten op haar overlijden. Dus hij neemt het geld van zijn moeder alvast in bezit om er zijn voordeel mee te doen. Het lijkt erop dat MH van mening is dat de moeder haar spaargeld beter eerder aan haar zoon had kunnen overdragen. dan had zij hem niet in de verleiding gebracht het van haar te stelen. Maar MH is ook van mening dat Micha te ver gaat als hij het geld van zijn oude moeder ontvreemd.