Jaap Noordam 6
Want er is één God. Er is ook één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus. Hij heeft Zich gegeven als een losprijs voor allen
1 Timotheüs 2:5-6
Jaap Noordam bestrijdt de leer van de Drie-eenheid. Daarom heeft hij verschillende boeken geschreven. Een van die boeken wil ik bestuderen op deze website. De naam van dit boek is: '1700 jaar Nicea, drie-eenheid werd verdeeldheid' ISBN 978-90-9040064-8
Wat betekent het concilie van Nicea voor messias belijdende Joden? daar zou ik nog op terug te komen. In die zin is deze pagina een voortzetting van 'Jaap Noordam 5.
https://www.ajb52.nl/jaap-noordam-5
Ik geef een citaat van Jaap Noordam, zoals dat te lezen is op bladzijde 11 van ''1700 jaar Nicea, drie-eenheid werd verdeeldheid'
"De God van het verbond met Israël werd zelfs niet genoemd tijdens het concilie van Nicea. Men wilde hiermee een breuk forceren met de Joden en daarom veranderde men ook de paasdatum tijdens het concilie. Nicea betekende dan ook de definitieve bezegeling van de breuk tussen Jodendom en Christendom." Einde citaat.
Ik vraag mij af of de conclusie juist is dat het doel van het concilie van Nicea zou zijn een breuk te forceren met het Jodendom. Ik denk dat de keizer 'Constantijn de Grote' in de eerste plaats wilde voorkomen dat er blijvende verdeeldheid zou ontstaan tussen de christenen onderling vanwege het verschil van inzicht tussen bisschop Alexander en de presbyter Arius. Kenelijk had deze heidense keizer er geen belang bij als de christelijke kerk verdeeld zou zijn. Ik heb het over een heidense keizer, omdat hij pas nog een tempel had gefinancierd voor zijn god Sol, de zonnegod. Ook had hij zich samen met die god laten afbeelden op een penning, want de keizer was immers ook goddelijk en in feite was hij zo een collega van zijn god Sol Daarnaast was de keizer zeker geen lid van de kerk; hij was niet gedoopt en had ook geen belijdenis van het geloof gedaan. Daarom heeft het concilie van Nicea geen wettelijke basis, omdat het is samengeroepen door een heidense keizer Stel je voor dat onze minister-president een nationale concilie bij elkaar zou roepen en daar meteen de rol van synodevoorzitter pakt. Hoe zouden wij dat vinden?
Als het nu gaat over de verhouding tussen het jodendom en het christendom, dan weet ik niet of men inderdaad geprobeerd heeft tijdens het concilie van Nicea de joden uit de kerk te werken door bepaalde zaken te veranderen. Maar het is natuurlijk geen goede zaak als we moeten vaststellen dat in de gemeenschap van de discipelen van Jezus nagenoeg alle joden verdwenen zijn, daar waar deze geloofsgemeenschappen oorspronkelijk uitsluitend bestonden uit joden Dan is er toch ergens iets niet goed gegaan? Zou het niet beter zijn als de gelovige uit de heidenvolkeren die in de Joodse Jezus geloven en in hem ook hun verlosser zien, hun godsdienst zo inrichten dat de messias-beleidende Joden zich daar volkomen thuis voelen in de christelijke eredienst. De kunst is om trouw te zijn aan de Bijbelse opdrachten en ons daar waar mogelijk aan elkaar aan te passen. Zodat Joodse christenen en heidense christenen zich bij elkaar thuis voelen, omdat Jezus zich bij hen thuisvoelt. Dat zou het doel moeten zijn van elke christelijke gemeenschap. De oplossing is dan: hou u aan Gods woord en voeg er niets aan toe en doe er niets aan af. Als wij eenheid willen bereiken, dan kan dat alleen als we één worden met Jezus Christus. Hoe dichter wij bij Jezus komen, hoe dichter we ook bij elkaar komen om één te worden met Hem
Romeinen 6:5-14 HTB (Het Boek)
Wij zijn dus één geworden met Hem, één in dood en leven. Wij weten dat de persoon die wij vroeger waren, niet meer leeft, die is met Christus aan het kruis gestorven. Zo is er afgerekend met het wezenlijke van de zonde. De zonde heeft niets meer over ons te zeggen. De zonde heeft geen macht over een dode. Als wij met Christus gestorven zijn, geloven wij dat we ook met Hem zullen leven. Wij zijn er zeker van dat Christus, nu Hij uit de dood is opgestaan, niet meer zal sterven. De dood heeft geen macht meer over Hem. Door zijn sterven heeft Hij de macht van de zonde eens en voor altijd gebroken. Zijn leven is een leven voor God. Beschouw uzelf daarom als dood voor de zonde. Omdat u één bent met Christus Jezus, leeft u nu voor God. Laat de zonde dan niet meer heersen in uw sterfelijk lichaam. Wees geen slaaf meer van uw slechte begeerten. Stel geen enkel deel van uw lichaam ter beschikking van de zonde, als iets waarmee slechte dingen worden gedaan. Nee, maak van uzelf een werktuig voor God, omdat u met Christus gestorven bent, om nu met Hem te leven. U bent immers dood geweest en weer levend geworden. Laat God dan ieder deel van uw lichaam kunnen gebruiken om goed te doen. Het is uit met de macht van de zonde over uw leven. U valt niet meer onder de wet die gehoorzaamheid eist, maar onder de genade van God.
Tot later.