Theologie 96-2
Want er is één God. Er is ook één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus. Hij heeft Zich gegeven als een losprijs voor allen. 1 Timotheüs 2:5-6
Theologie 96-2
Bijbelse theologie van Wayne Grudem, bewerkt door Jeff Purswell, bestudeerd door ajb52, alles weergegeven met mijn eigen woorden.
Hoe standvastig is God? Houdt de Almachtige vast aan Zijn oordeel? Is het oordeel van de Heere altijd het laatste woord over een zaak, of kan Hij Zijn beslissing nog aanpassen? Dat is een van de onderwerpen die besproken worden op bladzijde 96 van het hierboven genoemde boek.
De schrijver gaat ervan uit dat God onveranderlijk is. Toch komt hij ook met een aantal verwijsteksten waaruit blijkt dat de Heere soms zijn eindoordeel heeft veranderd. We beginnen dan met: Exodus 32:9-14.
Exodus 32:9-14.
https://www.statenvertaling.net/bijbel/exod/32.html
9 Verder zeide de HEERE tot Mozes: Ik heb dit volk gezien, en zie, het is een hardnekkig volk! 10 En nu, laat Mij toe dat Mijn toorn tegen hen ontsteken, en hen verteren; zo zal Ik u tot een groot volk maken. 11 Doch Mozes aanbad het aangezicht des HEEREN zijns Gods, en hij zeide: O HEERE! waarom zou Uw toorn ontsteken tegen Uw volk, hetwelk Gij met grote kracht en met een sterke hand uit Egypteland uitgevoerd hebt? 12 Waarom zouden de Egyptenaren zeggen: In kwaadheid heeft Hij hen uitgevoerd, opdat Hij hen doodde op de bergen, en opdat Hij hen vernielde van de aardbodem? Keer af van de hittigheid van Uw toorn, en laat het U over het kwaad van Uw volk berouwen. 13 Gedenk aan Abraham, aan Izak en aan Israël, Uw knechten, aan wie Gij bij U zelven gezworen hebt, en hebt tot hen gesproken: Ik zal uw zaad vermenigvuldigen als de sterren des hemels; en dit gehele land, waarvan Ik gezegd heb, zal Ik aan ulieder zaad geven, dat zij het erfelijk bezitten in eeuwigheid. 14 Toen berouwde het den HEERE over het kwaad, hetwelk Hij gesproken had Zijn volk te zullen doen.
Nieuwe Bijbelvertaling NBV
9 De Heer zei verder tegen Mozes: ‘Ik weet hoe onhandelbaar dit volk is. 10 Houdt mij niet tegen; mijn brandende toorn zal hen verteren. Maar uit jou zal ik een groot volk laten voortkomen.’ 11 Mozes probeerde de Heer, zijn God, milder te stemmen. ‘Wilt u dan Uw toorn laten ontbranden tegen Uw eigen volk, HEER, dat U met sterke hand en grote macht uit Egypte hebt bevrijd? 12 Wilt u dat de Egyptenaren zeggen: “Hij heeft hen bevrijd om hen in het ongeluk te storten, om hen in het bergland te doden en van de aarde weg te vagen”? Wees niet langer toornig en zie ervan af onheil over uw volk te brengen! 13 Denk toch aan uw dienaren Abraham, Isaak en Israël, aan wie u onder ede deze belofte hebt gedaan: “Ik zal jullie zoveel nakomelingen geven als er sterren aan de hemel zijn, en het hele gebied waar ik van gesproken heb, zal ik voor altijd in bezit geven.” ’ 14 toen zag de Heer ervan af Zijn volk te treffen met het onheil waarmee Hij gedreigd had.
Dus de vraag is of de Heere zijn beslissing kan herzien. Wij weten uit de Bijbelse geschiedenis dat een beslissing van de Koning van Medië en Perzië niet herzien kon worden. Als die koning eenmaal een besluit genomen had en die beslissing tot wet had gepromoveerd, dan kon zelfs de koning die wet niet terugdraaien.
Ester 1:19
Welnu, majesteit, vaardig dat verbod uit en stel het op schrift, zodat het niet veranderd kan worden, zoals geen enkele wet van de Meden en de Perzen kan worden herroepen.
Daniël 6:13.
SV Toen kwamen zij nader en spraken voor den koning van het gebod des konings: Hebt gij niet een gebod getekend, dat alle man, die in dertig dagen van enigen god of mens iets verzoeken zou, behalve van u, o koning, in den kuil der leeuwen zou geworpen worden? De koning antwoordde en zeide: Het is een vaste rede, naar de wet der Meden en Perzen, die niet mag herroepen worden.
NBV Meteen kwamen zij naar voren en zeiden in de tegenwoordigheid van de Koning over het verbod van de koning: Hebt u niet een verbod ondertekend dat iedereen binnen dertig dagen een verzoek zou richten aan welke god of mens dan ook, behalve aan u, o koning, in de leeuwenkuil zou worden geworpen? De koning antwoordde en zei: Dat woord staat vast volgens de wet van Meden en Perzen, die niet mag worden herroepen.
Als ik dit zo lees, dan lijkt het erop alsof de wet van Medië en Perzië meer autoriteit had dan de wet van God.
Toen ik hierover nadacht, was ik in de veronderstelling dat ik nu toch wel iets bijzonders ontdekt had waarbij het lijkt alsof de Bijbel zichzelf tegenspreekt. Maar al gauw bleek dat anderen daar al eerder iets over geschreven hadden.
https://www.verhoevenmarc.be/PDF/het-berouwde-God.pdf
1 Samuël 15 vers 29:
SV En ook liegt Hij, Die de Overwinning van Israël is, niet, en het berouwt Hem niet; want Hij is geen mens, dat Hem iets berouwen zou.
1 Samuël 15 vers 35:
De HEERE had er berouw over dat Hij Saul tot koning over Israël aangesteld had.
Ik wil het hier even bij laten, omdat dit onderwerp vele kanten heeft waar ik, zo God het wil, nog op in wil gaan. En ik denk dat ik eerst de studie over dit onderwerp wil afronden alvorens weer een ander onderwerp te gaan behandelen volgens mijn programma. Voor de lezer is het belangrijk te weten dat ik niet degene ben die het weet, maar wel iemand die het graag wil weten.
Tot later.