Theologie 96 2b
Want er is één God. Er is ook één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus. Hij heeft Zich gegeven als een losprijs voor allen.
1 Timotheüs 2:5-6
Bijbelse theologie van Wayne Grudem bewerkt door Jeff Purswell bestudeerd door ajb52 alles weergegeven met mijn eigen woorden.
Theologie 96-2b
De vraag die in het lesboek van Wayne Grudem gesteld wordt, is: kan het ook zijn dat God van mening verandert? Dan gaat het ook en vooral om het voornemen van de Heere de zonde te veroordelen en de zondaars te vernietigen. Ik heb twee teksten gevonden die gaan over Gods toorn, maar er is nog veel meer.
Wat kan er gebeuren als de Heere met de zondaars wil afrekenen?
Nahum 1:6 STV (Statenvertaling (Importantia edition))
SV Wie zal voor Zijn gramschap staan, en wie zal voor de hittigheid Zijn toorn bestaan? Zijn grimmigheid is uitgestort als vuur, en de rotsstenen worden van Hem vermorzeld.
NBV Wie houdt zich staande in zijn toorn? Wie houdt zich stand in de gloed van Zijn woede? Zijn woede is als een laaiend vuur; rotsen spatten voor Hem uiteen.
Het lijkt op een vulkaanuitbarsting. Ineens is het genoeg. De zonden zijn daden van opstand tegen de Heere en wij stapelen zonde op zonde. En dat gaat maar door. Totdat onze zonde Gods grens heeft bereikt en dan wordt er afgerekend. Als de maat vol is.
Maar de Heere is alwetend en weet dus ook hoe een zaak zal aflopen. Daarom kan het zijn dat Zijn oordeel al lang van tevoren is aangekondigd. Zoals blijkt uit
Genesis 15:15-16.
https://www.statenvertaling.net/bijbel/gene/15.html
15 En gij zult tot uw vaderen gaan met vrede; gij zult in goeden ouderdom begraven worden. 16 En het vierde geslacht zal herwaarts wederkeren; want de ongerechtigheid der Amorieten is tot nog toe niet volkomen.
Zo zien we dat de Israëlieten het aan hen beloofde land pas konden innemen als de maat van de zonden van de eerste bewoners vol was. Daarna moesten zij door Israël uitgeroeid worden.
Maar nu in Exodus 32 is de relatie met de Heere en zijn volk ook op een gevaarlijk dieptepunt gekomen
Exodus 32:9-14. HSV
9 Ook zei de HEERE tegen Mozes: Ik heb dit volk gezien, en zie, het is een halsstarrig volk. 10 Nu dan, laat Mij begaan, zodat Mijn toorn tegen hen ontbrandt en Ik hen vernietig. Dan zal Ik ú tot een groot volk maken. 11 Maar Mozes trachtte het aangezicht van de HEERE, zijn God, gunstig te stemmen, en zei: HEERE, waarom zou Uw toorn ontbranden tegen Uw volk, dat U met grote kracht en sterke hand uit het land Egypte geleid hebt? 12 Waarom zouden de Egyptenaren zeggen: 'Met kwade bedoelingen heeft Hij hen uitgeleid, om hen in de bergen te doden en hen van de aardbodem te vernietigen?' Laat Uw brandende toorn varen en heb berouw over het kwaad voor Uw volk. 13 Denk aan Abraham, aan Izak en aan Israël, Uw dienaren, aan wie U bij Uzelf hebt gezworen en tot hen gesproken hebt: Ik zal uw nageslacht talrijk maken als de sterren aan de hemel, en dit hele land waarover Ik gesproken heb, zal Ik aan uw nageslacht geven, zodat zij het voor eeuwig in erfbezit nemen. 14 Toen kreeg de HEERE berouw over het kwaad dat Hij gesproken had Zijn volk te zullen aandoen.
Als ik het zeggen mag, dan vind ik dit een merkwaardig stukje tekst. Het is net of de rollen zijn omgedraaid. Het is niet de Heere die de mens in toom houdt, maar andersom. God is boos en dat niet zonder reden. Deze goddelijke boosheid gaat gepaard met emotie. Daarom is hier sprake van toorn. Zelf zou ik ook van drift kunnen spreken. Dan bedoel ik heilige driftigheid. Maar het is de mens Mozes die hier de Heere ervan afhoudt aan zijn wraakgevoelens toe te geven. Dat vind ik apart. Het beeld dat ik (als onbeduidend mensenkind en naïeve Bijbellezer) heb van God is een beeld van onaantastbare zelfverzekerdheid. En hier wordt deze enige ware God op Zijn plaats gehouden door Mozes. Kan dat eigenlijk wel? Sinds wanneer is God onzeker? Hoe kan het zijn dat God niet precies weet wat Hij doen zal? Deze vraag wordt bij mij natuurlijk ook opgeroepen, omdat ik (nog niet) geloof in de leer van de Drie-eenheid. Zo kan ik mij voorstellen dat dit gesprek heeft plaatsgevonden tussen de eniggeboren Zoon van God en Mozes. Ik zeg dat ik mij dat kan voorstellen. Maar mijn voorstellingsvermogen is niet bepalend. Ik ben niet het einde van alle tegenspraak, maar dat wat de Heilige Geest ons heeft geopenbaard in Gods woord, is dat wel. Nu leef ik in de veronderstelling dat de almachtige God alles doet door middel van Zijn Zoon, onze Heer Jezus.
Lucas 10:22.
SV Alle dingen zijn Mij van Mijn Vader overgegeven; en niemand weet, wie de Zoon is, dan de Vader; en wie de Vader is, dan de Zoon, en dien het de Zoon zal willen openbaren.
Zo is Hij als het Woord van God ook degene die met ons als Godswoord communiceert. Daarom wordt hij ook genoemd: ‘het Woord'. Ik ben zo vrij om met heilig ontzag de Heer Jezus te zien als de spreekbuis van God.
Want Ik heb uit mijzelf niet gesproken; maar de Vader, Die Mij gezonden heeft, Die heeft Mij een gebod gegeven, wat Ik zeggen zal en wat Ik spreken zal. En Ik weet dat Zijn gebod het eeuwige leven is. Hetgeen Ik dan spreek, dat spreek Ik alzo, gelijk Mij de Vader gezegd heeft.
Johannes 1:1
SV In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.
Wie is het nu die in Zijn toorn het halsstarrige volk wil vernietigen? Zou dat de Heer Jezus kunnen zijn? Ik kan mij van God de Vader niet voorstellen dat Hij deze halsstarrigheid niet heeft zien aankomen toen Hij dit volk heeft uitverkoren. Want de Vader is immers alwetend en staat boven de tijd. Zo overziet de almachtige gisteren, vandaag en morgen in een oogopslag.
Tot later.