Joh. 1:3.

Johannes 1:3 in twee vertalingen.

Statenvertaling: Alle dingen zijn door het zelve gemaakt, en zonder het zelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is. 

Nieuwe Bijbelvertaling: Alles is erdoor ontstaan, zonder het Woord is niets ontstaan van wat bestaat. 

Ik moet meteen weer denken aan een docent die college geeft van uit een zeer oude tekst. Dan kan ik mij opnieuw voorstellen dat er studenten zijn die zich afvragen waar heeft deze docent het over. Natuurlijk, mensen met een duidelijke kerkelijke achtergrond zullen wel begrijpen waar het over gaat. Maar stel je voor; je bent niet godsdienstig opgevoed, je hebt niet op een christelijke school gezeten. Waar gaat dit dan over? Zeker als je dit leest vanuit de al oude Statenvertaling. Dan gaat het over het zelve. Wie of wat is dat? Ik ben zelf ook niet christelijk opgevoed, maar ondertussen heb ik wel wat bijgeleerd. Het zelve is dus het zelfde als wat in een van de vorige het vorige Bijbelverzen genoemd werd. Maar we kunnen ook gewoon even spieken bij de nieuwe Bijbelvertaling waar we lezen dat het zelve ook wel het 'Woord' genoemd wordt. Maar voor alle duidelijkheid toch maar even teruggrijpen naar het begin van deze tekst om zeker te weten waar we het over hebben als er in de Statenvertaling gesproken wordt over 'het zelve.' Voor het gemak neem ik dan één vertaling en wel de vertaling van de Herziene Staten Vertaling.

Johannes 1:1-3. 

[1] In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. [2] Dit was in het begin bij God. [3] Alle dingen zijn door het Woord gemaakt, en zonder dit Woord is geen ding gemaakt dat gemaakt is.

Voor alle duidelijkheid 'het Woord' is een bijnaam voor iemand. Het kan dat u een bijnaam heeft. Als ik een voorbeeld moet geven van iemand met een bijnaam, dan denk ik aan Willem Holleeder. Deze Willem wordt ook wel de Neus genoemd. En dat niet omdat hij iedereen bij de neus wilde nemen maar omdat hij zelf over een grote neus beschikt. Het eerste wat je ziet is de neus van Willem en daarna komt Willem zelf, pas in beeld. 

Maar nu gaat het over Jezus de Nazarener. Deze Jezus heeft vele bijnamen. En al die Bijnamen draagt Hij met eer. Al Zijn bijnamen zeggen iets over wie Hij is, wat hij gedaan heeft en wat Hij doet. Men gaf mij vroeger de bijnaam 'de tomaat' niet om dat ik een groen kroontje droeg maar om dat ik bij een tomatenteler werkte. Het zal duidelijk zijn dat de bijnamen van Jezus serieuze benamingen zijn. Een aantal van die namen heeft Hij zichzelf gegeven. Hij zegt over zichzelf: Ik ben de goede herder, de deur van de schapen, de weg de waarheid en het leven, de ware wijnstok en nog veel meer. Zo is Hij ook het Woord. En dat lazen wij aan het begin van dit hoofdstuk. De vraag is wat het betekend als Jezus het Woord is. Hij zegt van zichzelf dat Hij altijd de woorden van God spreekt.  

Johannes 12:49-50.

SV [49] Want ik heb uit Mijzelven niet gesproken, maar de Vader, die mij gezonden heeft, Die heeft mij een gebod gegeven, wat ik zeggen zal en wat ik spreken zal. [50] En ik weet dat Zijn gebod het eeuwige leven is. Het geen ik dan spreek, dat spreek Ik dan alzo, Gelijk Mij de Vader gezegd heeft.

NBV [49] Ik heb niet namens Mijzelf gesproken, maar de Vader die Mij gezonden heeft, Heeft Mij opgedragen wat ik moest zeggen en hoe ik moest spreken. [50] Ik weet dat Zijn opdracht eeuwig leven betekent. Alles wat ik zeg, zeg Ik zoals de Vader het Mij verteld heeft. 

Jezus wordt dus Het Woord genoemd om dat Hij namens God de woorden van God spreekt. Maar hier is nog meer over te zeggen.