Ga direct naar de hoofdinhoud

Richt. 17:1-6. D

Want er is één God. Er is ook één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus. Hij heeft Zich gegeven als een losprijs voor allen.

1 Timotheüs 2:5-6 HSV

Richteren 17:1-6  met het onderwijs van Matthew Henry en mijn reactie vanuit twee Bijbelvertalingen, te weten de Statenvertaling en de Nieuwe Bijbelvertaling. 

Toen de moeder van Micha, nadat ze haar gestolen geld had teruggekregen, voorstelde om er door haar zoon een godenbeeld van te laten maken, heeft haar zoon dat aanbod niet direct aangenomen, want hij gaf haar het gestolen geld terug. Nu vraagt MH zich af of hij het niet wilde gebruiken voor de productie van een godenbeeld, omdat hij zich realiseerde dat het maken van zo'n godenbeeld door Gods wet verboden was.

De Bijbeltekst geeft geen antwoord op de vraag waarom Micha zelf niet inging op het verzoek van zijn moeder om van haar geld, wat hij eerst van haar gestolen had, een afgodsbeeld te laten maken. Ik ga er dus maar van uit dat de Heilige Geest, door wie dit woord geïnspireerd is, het niet relevant vond om ons duidelijk te maken wat zijn motivatie is geweest om niet aan het verzoek van zijn moeder te voldoen. De Geest van God heeft de Bijbelschrijver aangezet deze geschiedenis voor ons te bewaren. Wij kunnen bij het lezen veel vragen bedenken in de zin van waarom dit of waarom dat. Daardoor zouden we ons kunnen laten afleiden van datgene wat de Heilige Geest ons wil laten weten. Vergelijk het eens met een kunstschilder die een schilderij maakt waarbij hij bepaalde details vaag weergeeft om onze aandacht te vestigen op dat wat de kunstenaar belangrijk vindt De Bijbel is niet aan ons overgeleverd om onze nieuwsgierigheid te bevredigen, maar om ons deelgenoot te maken van Gods onderwijs voor ons.

Om haar plan toch door te zetten, gaf zij een gedeelte van haar gespaarde vermogen aan de goudsmid om daarvan een godenbeeld te maken.

In het begin krijgt MH nog de indruk dat Micha het misschien niet eens was met zijn moeder en geen afgodsbeeld wilde laten maken, maar hoe het ook zei, in het vervolg van deze geschiedenis blijkt niets van zijn bezwaar tegen het maken van een afbeelding van God om via zo'n beeld tot God te bidden en het beeld te gebruiken om door God gezegend te worden.