Ga direct naar de hoofdinhoud

Richt. 17:1-6 C

Want er is één God. Er is ook één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus. Hij heeft Zich gegeven als een losprijs voor allen.

1 Timotheüs 2:5-6 HSV

 

Richteren 17:1-6  met het onderwijs van Matthew Henry en mijn reactie vanuit twee Bijbelvertalingen, te weten de Statenvertaling en de Nieuwe Bijbelvertaling. 

Micha en zijn moeder worden het eens over een nieuwe bestemming van moeders spaargeld. ze gaan het geld in de godsdienst investeren. Ze willen een beeld van god maken, zodat ze die god altijd bij zich in de buurt hebben.

Volgens MH is er nu voor het eerst in Israël binnen het beloofde land sprake van afgoderij onder de Israëlieten.

Voor een enkeling is het misschien nodig te zeggen wat dat is: afgoderij. Bij afgoderij worden via beelden niet-bestaande goden vereerd alsof zij echt god zijn.

Uit 1 Korinthe 10:20 blijkt dat als men aan de afgoden offert, er offers worden gebracht aan de demonen

Nee, ik zeg dit omdat wat de heidenen offeren, zij dat aan demonen offeren en niet aan God, en ik wil niet dat u met de demonen gemeenschap hebt. (1 Korinthe 10:20)

Demonen, wat zijn dat voor rare beesten? Demonen zijn engelen die door God geschapen waren om Hem van dienst te zijn. Maar die tegen God in opstand zijn gekomen onder leiding van de duivel of de satan, zoals hij genoemd wordt. Bovennatuurlijke wezens die onzichtbaar, maar soms ook zichtbaar, de mensheid proberen te beïnvloeden om ook tegen God in opstand te komen. Natuurlijk willen Micha en zijn moeder de ware en enige God aanbidden, maar zij hebben dan behoefte aan een God die voor hen zichtbaar is en daarom laten zij een beeld maken van God, zodat het hen zal helpen deze God te aanbidden. De vraag is natuurlijk hoe je een beeld van God maakt als je niet weet hoe hij eruitziet. En God wil niet gediend en aanbeden worden door middel van een gefantaseerd beeld dat wij van Hem gemaakt hebben.

Ik geef een citaat uit de Tien Geboden die God aan Israël heeft opgelegd en via Mozes aan het volk zijn doorgegeven.

(Exodus 20)

[3] U zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.

[4] U zult voor uzelf geen beeld maken, geen enkele afbeelding van wat boven in de hemel, of beneden op de aarde of in het water onder de aarde is.

[5] U zult zich daarvoor niet neerbuigen, en die niet dienen, want Ik, de HEERE, uw God, ben een na-ijverig God, Die de misdaad van de vaderen vergeldt aan de kinderen, aan het derde en vierde geslacht van hen die Mij haten,

Volgens MH zou deze actie van Micha en zijn moeder wel eens het begin kunnen zijn van het gebruik van afgodsbeelden onder de Israëlieten binnen de landsgrenzen van Israël.

De moeder van Micha zegt dat zij van het begin af aan de bedoeling had het geld dat zij gespaard heeft een godsdienstige bestemming te geven. MH schrijft daarover op een dusdanige wijze dat het lijkt of hij twijfelt aan de oorspronkelijke bedoeling van Micha's moeder. Hij gaat ervan uit dat deze moeder de godsdienstige motivatie van haar spaarlust wil gebruiken om haar extreme reactie, toen zij ontdekte dat het geld weg was, te rechtvaardigen. Deze gedachte Van MH zou juist kunnen zijn, maar blijkt niet uit het Bijbels verslag. Zo oppert MH veel veronderstellingen als hij zijn verklaring geeft bij dit schriftgedeelte. Misschien is dit wel de manier waarop hij met de schrift omgaat. De lezer doet er goed aan daar rekening mee te houden.

Er wordt ook geopperd dat deze godsdienstige motivatie bedoeld was als een oplossing voor het conflict. Dan zou het erop neerkomen dat Micha's moeder als volgt redeneert: 'Het geld is van mij, maar jij wil het hebben. Als we het nu voor de godsdienst bestemmen, is het niet van jou en ook niet van mij en dan is ons conflict opgelost.  Als nu haar plan in overeenstemming was met Gods wil, dan zou deze oplossing van het conflict zeker waardering verdienen. Maar dat is hier en nu niet het geval. het betreft hier godsdienst, bedereven en  ontwikkeld buiten God om. Je zou het kunnen omschrijven als godsdienst zonder God of geloof zonder echt geloof of omschrijf het als bijgeloof. MH houdt er rekening mee, dat Micha en zijn moeder misschien nazaten zijn van de vreemdelingen die met Israël uit Egypte zijn meegetrokken naar het aan Israël beloofde land, maar die oorspronkelijk niet hoorden bij de twaalf stammen van Israël, waardoor zij niet goed op de hoogte waren van Gods geboden. Of de meegereisde vreemdelingen die samen met Israël uit Egypte vertrokken zijn en ook in het land Kanaän terecht zijn gekomen niet op de hoogte waren van Gods wet, betwijfel ik. want zij hebben onderweg hetzelfde onderwijs genoten als de twaalf stammen van Israël.